Statuten van onze organisatie.

STATUTEN der Jonge Libertariërs

Artikel 1 De vereniging

De vereniging draagt de naam “Jonge Libertariërs” en zal hierna worden aangeduid als “de Jonge Libertariërs”. De naam van de organisatie kan worden afgekort tot “JL”. De organisatie is officieel opgericht in november 2016.

Artikel 2 Doel en middelen

  1. De organisatie stelt zich ten doel de toepassing te bevorderen van de libertarische beginselen. Deze beginselen worden nader omschreven doormiddel van een ‘’Onze visie’’ pagina op de officiële website
  2. De organisatie tracht dit doel onder meer te bereiken door:
  3. het verspreiden van de libertarische beginselen en het vergroten van hun invloed op de landelijke, lokale en internationale politiek en op de jongeren in het algemeen;
  4. het voeren van politieke, maatschappelijke en culturele actie;
  5. het aangaan van banden met libertarische organisaties binnen en buiten Nederland, hetzij van lokaal, van nationaal en internationale aard;
  6.  Het betrekken en politiek actief maken van nieuwe leden bij de JL;

Artikel 3 Huishoudelijk reglement

  1. De algemene ledenvergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, noch met de statuten van de organisatie.
  2. In gevallen waarin de statuten en het huishoudelijk reglement niet voorzien, alsmede in spoedeisende onvoorziene gevallen, is het landelijk bestuur bevoegd om naar eigen inzicht te handelen, doch onverminderd de verantwoordelijkheid van het landelijk bestuur tegenover de algemene ledenvergadering.

Artikel 4 Afdelingen

  1. Leden van de organisatie kunnen met inachtneming van het afdelingsreglement op lokaal en regionaal niveau afdelingen  oprichten.
  2. Iedere afdeling dient een lokale ledenvergadering als hoogste orgaan te hebben, alsmede een lokaal bestuur waarvan de leden direct zijn gekozen door die ledenvergadering.

Artikel 5 Lidmaatschap

  1. Natuurlijke personen waarvan redelijkerwijs mag worden verwacht dat zij de beginselen van de organisatie zijn toegedaan kunnen lid worden. Natuurlijke personen en rechtspersonen kunnen begunstiger worden.
  2. Vereisten voor een lidmaatschap zijn dat de persoon in kwestie een natuurlijk persoon is.
  3. Het landelijk bestuur houdt een register waarin de namen en e-mailadressen van alle leden zijn opgenomen.
  4. Door of namens het landelijk bestuur of enig lokaal bestuur worden geen mededelingen gedaan omtrent het lidmaatschap van enig persoon, behoudens aan de bevoegde organen van de organisatie.
  5. Geen lid van de organisatie kan worden degene waarvan naar de mening van het organisatiebestuur te verwachten is dat hij de organisatie schade berokkent.
  6. Het lidmaatschap vangt aan op de datum dat het het bestuur een betaling heeft ontvangen van het lidmaatschap en dit bevestigt heeft via de mail, en loopt tot het einde van het kalenderjaar. Indien de aanvraag wordt ontvangen op de negenentwintigste februari van een schrikkeljaar vangt het lidmaatschap aan op de eerste maart. Elk volgende jaar vangt aan op 1 januari tot het einde van het kalenderjaar.
  7. Facturatie verloopt via de Libertarische Partij.
  8. De leeftijdsgrens is de dag voor het bereiken van het 25e levensjaar.

Artikel 6 Einde van het lidmaatschap

  1. Het lidmaatschap eindigt:
  2. door de dood van het lid;
  3. door opzegging door het lid, ingediend via een mail naar een van onze bestuursleden;
  4. door opzegging namens de organisatie, die kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen, alsook wanneer het lid diens verplichtingen jegens de organisatie niet nakomt, en;
  5. door ontzetting uit het lidmaatschap, die enkel kan worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten of het huishoudelijk reglement der organisatie handelt, of de organisatie op onredelijke wijze benadeelt.
  6. Opzegging namens de organisatie en ontzetting uit het lidmaatschap geschieden door het landelijk bestuur
  7. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de organisatie kan slechts geschieden met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Een opzegging daarmee in strijd doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
  8. Onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap is echter mogelijk indien:
  9. van de organisatie of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
  10. binnen dertig dagen nadat een besluit waarbij de rechten van de leden zijn beperkt of hun verplichtingen zijn verzwaard aan het lid bekend is geworden of is meegedeeld, in welk geval het besluit niet van toepassing zal zijn op het scheidende lid, en;
  11. binnen dertig dagen nadat een besluit tot omzetting van de organisatie in een andere rechtsvorm of tot fusie aan hem is meegedeeld.
  12. In alle voornoemde gevallen geldt het 25e levensjaar als reden tot opzegging van het JL-lidmaatschap en het uitnodigen voor en/of verlengen van het LP-lidmaatschap.

Artikel 7 Jaarlijkse bijdragen in de vorm van contributie

  1. De leden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage bij de wens om het lidmaatschap te continueren, deze wordt door de algemene vergadering van de moederpartij vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen. Het landelijk bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.
  2. Wanneer de periode waarop het lidmaatschap eindigt nadert zal het landelijk bestuur het lid uitnodigen om diens lidmaatschap te verlengen met een jaar, door de jaarlijkse bijdrage voor die komende periode te voldoen, alvorens de lopende periode van lidmaatschap verstrijkt. Indien een lid hier niet op reageert zal het bestuur twee herinneringen aan het lid doen toekomen. Indien het lid binnen de in die herinneringen gestelde betaaltermijnen de jaarlijkse bijdrage voldoet zal het lid geacht worden diens bestaande lidmaatschap met een jaar voortgezet te hebben. Indien een lid binnen deze termijnen niet betaalt zal het lidmaatschap worden opgezegd namens de organisatie.

DONATEURSCHAP

  1. Begunstigers zijn zij die zich bereid getoond hebben de organisatie financieel te steunen. Begunstigers hebben geen andere rechten en dan die welke hun bij of krachtens het huishoudelijk reglement zijn toegekend en opgelegd.
  2. Het landelijk bestuur houdt een register waarin de namen van alle begunstigers zijn opgenomen, alsmede de donaties die door deze begunstigers zijn verstrekt.

    Donateur is een natuurlijke of rechtspersoon die door het organisatiebestuur als zodanig is toegelaten en die zich jegens de organisatie verplicht jaarlijks een door het organisatiebestuur vastgestelde minimumdonatie te betalen.
    Aan het donateurschap kunnen geen rechten worden ontleend.
    Het donateurschap kan te allen tijde door het organisatiebestuur of door de donateur door schriftelijke opzegging worden beëindigd, met dien verstande dat bij opzegging door de donateur de jaarlijkse bijdrage voor het lopende boekjaar voor het geheel verschuldigd blijft.

Artikel 8 Landelijk bestuur

  1. Het landelijk bestuur bestaat uit een aantal van tenminste drie en ten hoogste negen personen, die door de algemene vergadering worden benoemd. De benoeming geschiedt uit de leden.
  2. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer bindende voordrachten. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als tien leden. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht door tien of meer leden moet vóór de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
  3. Is er geen voordracht opgemaakt, dan is de algemene vergadering vrij in de keus.
  4. Indien er meer dan één voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
  5. Elk bestuurslid, ook wanneer hij of zij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene ledenvergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
  6. Elk bestuurslid treedt pas af als dit door de leden wordt aangegeven.
  7. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
  8. door het eindigen van het lidmaatschap van de organisatie, of;
  9. door vrijwillig aftreden.
  10. Het landelijk bestuur wijst uit zijn midden aan:
  11. een voorzitter;
  12. een secretaris;
  13. een penningmeester.
  14. Het landelijk bestuur mag uit zijn midden een vice-voorzitter, een vice-secretaris en een vice-penningmeester aanwijzen. Deze personen zullen als plaatsvervanger optreden in de absentie van de voorzitter, secretaris en penningmeester, respectievelijk.
  15. Een bestuurslid kan meer dan één functie bekleden, doch geen enkel persoon zal meer dan één van de functies van voorzitter, secretaris of penningmeester bekleden.
  16. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die door de voorzitter worden goedgekeurd.
  17. In afwijking van hetgeen de wet dienaangaande bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een besluit niet beslissend.
  18. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.

Artikel 9 Bestuurstaak

  1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het landelijk bestuur belast met het besturen van de organisatie op landelijk niveau.
  2. Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene ledenvergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.
  3. Het landelijk bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het landelijk bestuur worden benoemd.
  4. Het landelijk bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene ledenvergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de organisatie zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, of zich voor een derde sterk maakt.
  5. Het landelijk bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de algemene ledenvergadering voor besluiten tot:
  6. het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van onroerende goederen;
  7. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de organisatie een bankkrediet wordt verleend;
  8. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen het gebruikmaken van een aan de organisatie verleend bankkrediet;
  9. het aangaan van dadingen;
  10. het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen, die geen uitstel kunnen lijden;
  11. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten, en;
  12. het aangaan van enige rechtshandeling en het verrichten van enige investering een bedrag of waarde van vijfduizend euro (€ 5000,–) te boven gaande.
  13. De organisatie wordt op landelijk niveau in en buiten rechte vertegenwoordigd door het landelijk bestuur. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden, waaronder bij voorkeur de voorzitter en/of secretaris.
  14. Aan de penningmeester kan door het bestuur beperkt of algehele volmacht worden gegeven voor zover het de uitoefening van diens taak betreft.

Artikel 10 Jaarverslag, jaarrekening en verantwoording

  1. Het verenigingsjaar loopt van één januari tot en met éénendertig december.
  2. Het landelijk bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de organisatie zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
  3. Het landelijk bestuur brengt op een algemene ledenvergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlening van deze termijn door de algemene ledenvergadering, een jaarverslag uit over de gang van zaken binnen de organisatie en over het gevoerde beleid en legt een balans en een staat van baten en lasten met toelichting aan de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders; ontbreekt de ondertekening van één of meer hunner dan wordt daarvan onder opgaaf van redenen melding gemaakt. Het landelijk bestuur is verplicht de hier genoemde bescheiden zeven jaar lang te bewaren.
  4. De algemene ledenvergadering benoemt jaarlijks uit de leden een kascontrolecommissie bestaande uit tenminste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het landelijk bestuur. De kascontrolecommissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het landelijk bestuur en brengt aan de algemene ledenvergadering verslag van haar bevindingen uit.
  5. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de kascontrolecommissie zich door een deskundige doen bijstaan. Het landelijk bestuur is verplicht aan de kascontrolecommissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden van de organisatie te geven.
  6. De last van de kascontrolecommissie kan te allen tijde door de algemene ledenvergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een nieuwe kascontrolecommissie.

Artikel 11 Algemene ledenvergadering

  1. Aan de algemene ledenvergadering komen in de organisatie alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan een ander organisatieorgaan zijn opgedragen.
  2. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene ledenvergadering—de jaarvergadering—gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
  3. het jaarverslag en de rekening en verantwoording van het landelijk bestuur, en het verslag
  4. van de kascontrolecommissie, aangaande het afgelopen verenigingsjaar; de benoeming van de kascontrolecommissie voor het volgende verenigingsjaar;
  5. voorziening in eventuele vacatures, en;
  6. voorstellen van het landelijk bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.
  7. Andere algemene ledenvergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
  8. De algemene ledenvergaderingen worden bijeengeroepen door het landelijk bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister van de organisatie. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste veertien dagen. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld.
  9. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één tiende gedeelte der stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene ledenvergadering op een termijn van niet langer dan zestig dagen na indiening van het verzoek. Indien aan het verzoek binnen zesenveertig dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de

verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig de wijze waarop het landelijk bestuur dit had moeten doen. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en met het opstellen van de notulen.

  1. Toegang tot de algemene ledenvergadering hebben alle leden en aspirantleden van de organisatie die hun contributie hebben betaald voor de periode waarbinnen de datum van de vergadering valt. Eveneens toegang hebben alle begunstigers van de organisatie die in het kalenderjaar waarin de vergadering valt of in het kalenderjaar daaraan voorafgaand een geldbedrag van ten minste 45 euro hebben betaald. Geen toegang hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden, met dien verstande dat zij wel toegang hebben tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld. Zij hebben tevens het recht in die vergadering ongehinderd het woord te voeren.
  2. Over toelating van andere personen beslist de algemene ledenvergadering.
  3. Ieder lid van de organisatie dat niet geschorst is, heeft één stem.
  4. Een lid kan zijn stem door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid uitbrengen, doch deze machtiging dient tenminste tien dagen voor de vergadering schriftelijk aan het landelijk bestuur te zijn doorgegeven.
  5. De algemene ledenvergaderingen worden geleid door de voorzitter van het landelijk bestuur of de vice-voorzitter. Ontbreken de voorzitter en de vicevoorzitter, dan treedt één der andere bestuursleden, door het bestuur aan te wijzen, op als voorzitter van de vergadering. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve.
  6. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en ondertekend. De inhoud van de notulen wordt ter kennis van de leden gebracht.

Artikel 12 Besluitvorming van de algemene ledenvergadering

  1. Het ter algemene ledenvergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voorzover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoeld oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  3. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene ledenvergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  4. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  5. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, of ingeval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten, plaats. Heeft alsdan weder niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft gekregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan worden deze personen allen uitgezonderd van de volgende stemming. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
  6. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.
  7. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
  8. Zolang in een algemene ledenvergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen—dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding—ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

Artikel 13 Ethische commissie

  1. De algemene ledenvergadering benoemt eens in de twee jaren uit zes leden, voorgedragen door het landelijk bestuur, een ethische commissie bestaande uit drie personen, die geen deel mogen uitmaken van het landelijk bestuur. De ethische commissie observeert de koers van de organisatie en van het landelijk bestuur, specifiek in het licht van de libertarische beginselen, en brengt aan de algemene ledenvergadering verslag van haar bevindingen uit.
  2. De ethische commissie adviseert het landelijk bestuur naar eigen inzicht, op enig moment en aangaande enige kwestie.
  3. Voorts is de ethische commissie bevoegd om bindend advies uit te brengen in de gevallen die per de statuten aan het oordeel van de commissie worden toevertrouwd.
  4. Een lid van de ethische commissie mag twee achtereenvolgende verenigingsjaren deze functie bekleden, en zal de daaropvolgende twee verenigingsjaren zijn uitgesloten van deze functie.

Artikel 14 Statutenwijziging

  1. In de statuten van de organisatie kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene ledenvergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
  2. Zij die de oproeping tot de algemene ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste tien dagen vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel op een geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld aan alle leden toegezonden.
  3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee derden van de geldig uitgebrachte stemmen.
  4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

Artikel 15 Ontbinding

  1. De organisatie kan worden ontbonden door een besluit van een algemene ledenvergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar ontbinding van de organisatie zal worden voorgesteld.
  2. Een besluit tot ontbinding behoeft tenminste twee derden van de geldig uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarbij tenminste twee derden van de leden van de organisatie aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  3. Tenzij de algemene ledenvergadering anders besluit, geschiedt de vereffening door het bestuur.
  4. Aan het batig saldo na vereffening dient een bestemming te worden gegeven die het doel van de organisatie zo dicht mogelijk benadert. Deze bestemming kan alleen een rechtspersoon zijn.
  5. De organisatie houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar, dan wel aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De vereffenaars doen hiervan opgaaf aan de registers waar de organisatie is ingeschreven.